Herdenking Afschaffing Slavernij:

Een Blik in het Verleden, een Weg naar de Toekomst.

Door: Rachael van der Kooye

Niemand wil een slaaf zijn. Ook de voorouders van de nazaten van de transtatlantische slavenhandel en slavernij niet, maar ze hadden geen keus. Ze zijn weggeroofd uit hun leefgebied in Afrika en verscheept  naar de Amerikas en West-Indisch om generaties lang gratis te werken voor Europeanen, waardoor die rijk werden en zij arm bleven. Ze werden geestelijk en lichamelijk onderdrukt door wrede mensen. De lichamelijke onderdrukking werd door de afschaffing van de slavernij weggenomen, maar de geestelijke onderdrukking bestaat tot vandaag.

De totslaafgemaakten werden op een mensonterende wijze behandeld door hun slavendrijvers die 50% uit Asjkenazi Joden en 50% uit Christenen bestonden. Ze werden levend verbrand, verkracht, gelynched, gemarteld, onthoofd, vermoord, gevierendeeld, vernederd en verontmenselijkt. De Asjkenazi Joden waren de voornaamste financierders van de slavenhandel. Joodse historici hebben ze geïdentificeerd als Turks-Mongoolse bekeerlingen tot het Jodendom. Ze zijn nakomelingen van het volk van het oude Khazaria, het Oostelijk Romeins Rijk. Deze Oost-Europese Joden werden gevonden in Polen, Duitsland, Rusland en West-Azië.  Oorspronkelijk komen ze uit het gebied rond Zuid–Rusland. Ze zijn de grootste meerderheid onder de Joodse migranten die naar de staat Israël zijn getrokken in 1948. Ze beweren de bijbelse Israëlieten te zijn.

Het Afbrekingsproces

Geschat wordt, dat het aantal geëxporteerde mannen, vrouwen en kinderen in de trans-Atlantische slavenhandel – ook wel ‘cattle slavery’ genoemd – 12 miljoen bedroeg. Om zo een grote slavenmacht te controleren moest er een syteem worden bedacht. De slavendrijvers ontwikkelden dan ook een lichamelijk, geestelijk en wetenschappelijk system, dat honderden jaren kon blijven bestaan. Het werd ‘seasoning’ genoemd. Seasoning was een proces, waarbij sterke mannen en vrouwen werden gebroken, van hun waardigheid beroofd en gemarteld.  Het was een wreed systeem dat mensen hervormde tot een beeld dat de onderdrukker behaagde.

De wijze slavendrijver wist, dat vers van het continent komende Afrikaanse mannen en vrouwen moesten worden gebroken en gedwongen om een ​​ondergeschikte positie te aanvaarden. Als een sterke man en zijn volgende generaties een juk van slavernij zouden dragen, zou hun psyche moeten worden veranderd. Ze moesten ertoe worden gebracht te geloven, dat ze van nature inferieur waren en slavernij als hun natuurlijke toestand accepteren. Het christendom werd gebruikt om de totslaaafgemaakten te brainwashen en te maken dat ze hun conditie accepteerden. Ze gebruikten daarbij een speciale slavenbijbel.

De Britse Missionary Society for the Conversion of Negro Slaves, publiceerde deze bijbel in 1807. De inhoud was geselecteerde delen uit de Bijbelse tekst. De uitgevers hebben opzettelijk delen van de bijbeltekst verwijderd, zoals het exodusverhaal dat hoop op bevrijding zou kunnen wekken. In plaats daarvan legden de slavendrijvers de nadruk op gedeelten die het systeem van slavernij, dat zo belangrijk was voor het Britse rijk, rechtvaardigden en versterkten. Ze leerden de totslaafgemaakten zichzelf te haten en gaven hen een witte God. De totslaafgemaakten en hun nazaten zijn dan ook het enigst volk in de wereld die een God dient die niet op hun lijkt.

Het duurde jaren om de geest van het volk te breken. Slavenhouders wisten, dat het proces essentieel was. Zonder dat zou het regime van slavenhouders vallen. Ze leerden de totslaafgemaakten religie en gaven hen minderwaardig voedsel te eten, een andere naam en een andere taal. Ze zorgden ervoor, dat de totslaafgemaakten deze nieuwe cultuur en de waarde ervan aanvaarden.  

De dag van de Afschaffing

Op de dag van de afschaffing van de slavernij werden de slavendrijvers gecompenseerd, maar de slaven kregen geen cent. Tegen een karig loon moesten zij daarna nog 10 jaar werken op de plantage. De Surinaamse verzetsstrijder en antikolonialistische auteur Anton de Kom maakt dit duidelijk in zijn boek ‘Wij slaven van Suriname’. Hij schrijft, dat het is alsof zij uit het vuur zijn gehaald om ze  zonder dat zij konden zwemmen in de golven van  de Atlantische Oceaan te werpen. Ze werden geen keus gegeven, dan vrijwillig de slavernij die wettelijk was afgeschaft weder op zich te nemen.

Wie waren de Totslaafgemaakten?

Fida (Juda, Ouidah, Whydah) was een van de belangrijkste plaatsen aan de slavenkust in West-Afrika waar de Nederlanders hun slaven haalden. Het was en bleef gedurende lange tijd de belangrijkste slavenmarkt van het Afrikaans kustgebied. Ook blijkt uit een oude kaart van 1747, dat Fida in ‘The Kingdom of Juda’ – een grote regio in Midden- en West Afrika ligt. Advertenties uit die tijd bewijzen, dat Hebreeën (Israëlieten) werden verkocht op die slavenmarkten.

Dit kunnen we ook lezen in de Bijbel. In Joël 3:6 wordt aangegeven, dat de kinderen van Juda en Jeruzalem worden verkocht. Tijdens de invasie van de Romeinen in 70 AD zijn ze gevlucht uit Jeruzalem en West Afrika ingetrokken. Deze geschiedenis is opgetekend in het historiografisch werk “The Antiquities of the Jews” door de Joodse historicus Flavius Josephus. Ongeveer 1400 jaar later begonnen de Afrikanen de Israëlieten  gevangen te nemen. Ze beschouwden de Israëlieten als illegale vreemdelingen in hun land en verkochten ze voornamelijk aan de Arabieren die fungeerden als groothandelaren in slaven. De Arabieren verkochten de gevangen Israëlieten aan Europeanen.

Meer nog, uit de transatlantische slavernij online database blijkt, dat velen van de gevangenen op de slavenschepen van Hebreeuwse origine waren. Ook schreef de in Nederland geboren Schotse soldaat John Stedman in  The Narrative of a Five Years Expedition against the Revolted Negroes of Surinam (1796), dat de totslaafgemaakten tijdens hun martelingen gebeden op zeiden in het Hebreeuws. Hij vergeleek de wreedheden tegen dit ongelukkig volk met de slavernij die het in Egypte meemaakte.

De koppeling tussen de slavernij en de Bijbel is te  begrijpen via Deut. 28:16-68. Daar is te zien,  dat geen enkel ander volk de Bijbelse Israëlieten of Hebreeën kunnen zijn, dan de nazaten van de transatlantische slavenhandel en slavernij. Immers…, in Deut. 28: 46, staat geschreven, dat dit volk eeuwig aan de vloeken te herkennen zal zijn. De laatste vloek is de transatlantische slavenhandel en slavernij.

Hoe ze hierin zijn beland en hoe ze volledig eruit kunnen komen is te horen tijdens de Zoom-lezing die het Instituut voor Hebreeuws-Israëlitisch Bewustzijn zal houden op 1 juli 2021 om 15:00 Surinaamse Tijd. De link van de lezing is te vinden elders op deze website.

%d bloggers liken dit: