Column

Met Pascha Denk Ik aan Vrijheid en in Die Vrijheid, Zie Ik een Eeuwige Toekomst

Door: Romeo Wijnruit

Het pascha, dat op zaterdag 27 maart na zonsondergang (na de sabbat) de intrede zal nemen  en zeven dagen zal duren, staat in de Joodse traditie bekend als ‘z’man cheiruteinu,’ de tijd van onze bevrijding. Zoals verteld in het verhaal van het Bijbelse boek Exodus, hoe de Israëlieten in de oudheid werden bevrijd uit de slavernij in Egypte. Ze werden, geleid door Mozes op een 40-jarige tocht door de wildernis op hun reis naar het beloofde land. Onderweg werden ze begeleid door Goddelijke wonderen.

Wij als Israëlieten, lezen dit verhaal als een nauwkeurig verslag van historische gebeurtenissen, waarvan wij weten dat er genoeg bewijzen en fundamenten zijn om de historiciteit van het verhaal te ondersteunen. De bewijsheden zijn: Israëlieten (als slaven) in Egypte, een Egyptische (oudheid) dynastie, het uiteenvallen van een zee (zoals de Thora aangeeft), een verblijf in de wildernis (zoals de Thora aangeeft).

Maar zijn historiciteit ontkennen is zijn waarheid ontkennen en daarmee wordt ook de Thora ontkent. Het verhaal is geen mythe of een literaire vorm waarin oude mensen de meest diepgaande waarheden die ze kenden, uitdrukten. Een mythe is niet waar omdat het is gebeurd – maar omdat het de hele tijd gebeurt.

Bij elke generatie van de Israëlieten (Slavernij), zoals die van de Trans-Atlantische slavernij (Israëlieten), zou ieder van ons zichzelf moeten zien alsof we uit Egypte waren vertrokken. Met andere woorden, de geschiedenis heeft plaats gevonden en deze staat in verbinding met het hier en nu.

De Trans-Atlantische slavernij gaat niet om onze voorouders alleen, het gaat ook om ons – nakomelingen van slaven – Israëlieten. Het erkent, dat wij Israëlieten ons eigen Egypte hebben of hadden, dat wij Israëlieten allemaal een zee hebben of moesten oversteken, dat sommige van ons (Israëlieten) het gouden kalf aanbidden, dat wij (Israëlieten) door de wildernis zwerven en sommige Israëlieten bereid zijn om in de wildernis te sterven. Zie het beloofde land. Het is aan iedere Israëliet om (zich) af te vragen: wat/waar is mijn Egypte? Welke zee moet ik oversteken? Welke gouden kalf aanbid ik? In welke wildernis dwaal ik rond? Wat zou mijn beloofde land zijn?

Maar het Pascha eist van de Israëlieten meer dan alleen onze reis erkennen en dankbaar zijn voor onze bevrijding. Het vereist dat we onszelf bevrijden van de slavernij van niet zien, niet horen, niet weten, niet willen weten, niet bekommeren om de bevrijding van al onze broeders en zusters. Voor mij is dit Pascha beladen met gemengde gevoelens. Enerzijds, pijn en verdriet ten aanzien van mijn voorouders en mijn rol als nakomeling van slaaf, in deze huidige tijd. Anderzijds, vreugde en blijdschap om te weten wat Yehshua voor mij heeft gedaan en voor mij betekent. Mijn toekomst is verzekerd in Yehshua.

Zowel de Apocriefe als het nieuwtestamentisch boek Openbaring spreken van twee Jeruzalems: het aardse Jeruzalem en het hemelse Jeruzalem. De eerste is een geografische plaats waar al duizenden jaren over gevochten wordt. Voor ons Israëlieten is het waar de Messias aan het einde der dagen zal verschijnen, in het land Israël, gegeven aan ons (Israëlieten). Hij zal de heilige tempel herbouwen, de doden opwekken en goed nieuws brengen voor de Israëlieten. Andere volkeren kunnen een graantje mee pikken. In het hemelse Jeruzalem is echter geen plaats voor onreinheid.

Het hemelse Jeruzalem bestaat waar en wanneer we elkaar behandelen als broers en zussen die naar het Goddelijke beeld zijn geschapen. Terwijl wij (Israëlieten) op deze reis gaan, de weg van die meest glorieuze pelgrimstocht, genaamd Jeruzalem celestiaal (hemelse). De spirituele bestemming van ons als Israëlieten is het hemelse Jeruzalem.

%d bloggers liken dit: